Column Theo Segers: Samen én naar draagkracht
Opvang van vluchtelingen in Molenlanden houdt de gemoederen bezig. Deze maand hebben we als gemeentebestuur bekendgemaakt dat er vier mogelijke locaties zijn voor de opvang van 251 vluchtelingen. Heel begrijpelijk dat dit veel
verschillende gevoelens en reacties oproept.
Via de landelijke ‘spreidingswet’ zijn alle gemeenten verplicht vluchtelingen op te vangen. In onze gemeente gaat het om 251 mensen. Vorig jaar kozen we als Molenlanden bewust voor kleinschalige opvanglocaties voor 75 tot 125 vluchtelingen. Ook heeft de gemeenteraad regels bepaald voor goede opvanglocaties. We willen dat de opvang veilig en netjes gebeurt, voor inwoners én voor mensen die door oorlog hun huis zijn verloren. Nu vangen we al 58 vluchtelingen en 400 Oekraïners op. Dat laat zien dat we samen klaarstaan voor mensen die hulp nodig hebben.
Sommige inwoners maken zich zorgen over veiligheid, leefbaarheid of de
woningmarkt. Ik neem deze zorgen serieus; daarom kiezen we voor opvang die past bij wat we als gemeenschap aankunnen. In de afgelopen maanden hebben we met veel inwoners gesproken over locaties die volgens hen geschikt zijn. Vanaf deze week gaan we hiermee door. Vragen en ideeën van inwoners nemen we mee in onze definitieve besluitvorming als gemeentebestuur, die in deze zomer plaatsvindt.
Op sociale media zien we een aantal reacties die niet netjes en soms zelfs dreigend overkomen. Dat soort taalgebruik kan mensen een onveilig gevoel geven. Ook kinderen lezen en luisteren soms mee; zij pikken meer op dan we denken. Het is belangrijk dat we respectvol met elkaar blijven omgaan, zowel online als in de openbare ruimte. Voor elkaar én voor de generaties die na ons komen.
Ik heb begrip voor de vragen en zorgen over de opvang van vluchtelingen in
Molenlanden. Toch denk ik dat we dit als gemeente en gemeenschap samen
mogelijk kunnen maken. Door het met elkaar te doen, door vluchtelingen
kleinschalig en menswaardig op te vangen en door op respectvolle wijze in gesprek te blijven.