Column Pieter Jacob Leenman: Vette en magere jaren

Twee maanden geleden verruilde ik het ondernemen voor het gemeentebestuur. Als wethouder Financiën wist ik dat het anders zou zijn. Nu merk ik hoe anders. Ondernemers kunnen snel bijsturen; gemeentelijke besluitvorming kost meer tijd. Begrijpelijk, want besluiten raken veel inwoners, verenigingen en dorpen. Dat vraagt juist afstemming en zorgvuldigheid.

Financieel staat Molenlanden er goed voor. We hebben reserves en kunnen tegen een stootje. Tegelijkertijd is onze meerjarenbegroting niet in evenwicht. De uitdaging is dubbel: ons geld verstandig inzetten én inkomsten en uitgaven structureel in balans brengen.

Daarbij denk ik aan het Bijbelverhaal over Jozef. Na zeven vette jaren volgden
zeven magere jaren. Het opgeslagen graan werd niet in één keer uitgedeeld, maar zorgvuldig gebruikt om die periode te overbruggen. Dat geldt ook voor een gemeente. Reserves zijn er voor fi nanciële weerbaarheid én gerichte maatschappelijke investeringen. Want, wie nooit investeert, laat kansen liggen voor onze dorpen en stad. Wie vandaag alles uitgeeft, heeft morgen geen buffer meer. Goed rentmeesterschap betekent daarom: ruimte bieden aan wat vandaag nodig is. Met oog voor wat morgen kan komen.

De zomer nodigt uit om afstand te nemen. Op gezette tijd rust nemen is een gezond principe. Voor ieder afzonderlijk alsook de maatschappij als geheel. Niet omdat al het werk af is – dat is het zelden – maar omdat wij niet gemaakt zijn om altijd door te gaan. Ik wens u een mooie vakantie, dichtbij of verder weg. Met tijd voor rust, ontmoeting en verwondering. Daarna wacht het werk weer, hopelijk met hernieuwde energie.

En ik geef de pen terug aan onze burgervader Theo