Onderzoeken

Wat is op dit moment bekend over gezondheid in relatie tot geitenhouderijen?

RIVM heeft in een onderzoeksgebied in het oosten van Noord-Brabant voor de periode 2007-2013 en 2014-2016 onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de aanwezigheid van geiten in de leefomgeving op de gezondheid van de mens. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken komt (o.a.) een relatie naar voren tussen het percentage longontstekingen en de aanwezigheid van geiten binnen een afstand tot 2 km. De aanwezigheid van een geitenhouderij binnen twee kilometer afstand zorgt voor enkele longontstekingen meer per 1000 inwoners per jaar. Dit is alleen aangetoond in het onderzoeksgebied in het oosten van de provincie Noord-Brabant.

Een oorzaak voor het verband heeft RIVM ook nog niet kunnen aanwijzen. Er wordt vervolgonderzoek uitgevoerd dat zich richt op het vinden van de oorzaak, de monitoring van gezondheidsproblemen en herhaling van het onderzoek in andere delen van Nederland. Het resultaat van de nieuwe onderzoeken wordt verwacht eind 2020.  

Waarom is de situatie in Molenlanden niet vergelijkbaar met die Brabant, waar het RIVM onderzoek heeft gedaan? 

Het vervolgonderzoek van het RIVM ziet onder andere op herhaling van het reeds uitgevoerde onderzoek in andere delen van Nederland. Hieruit kan geconcludeerd worden dat op dit moment niet aangenomen kan worden dat de conclusie van het uitgevoerde onderzoek in Oost-Brabant van toepassing is op het grondgebied van de gemeente Molenlanden. De situatie in de gemeente Molenlanden is niet vergelijkbaar met die in Brabant, onder andere omdat de dichtheid in veehouderijen in het oosten van Noord-Brabant hoger is.  

Wat gebeurt er als uit vervolgonderzoek blijkt dat er gezondheidsrisico’s zijn? 

Eind 2020 worden de resultaten uit de vervolgonderzoeken van RIVM verwacht. RIVM doet onderzoek naar de causaliteit en naar gezondheidsrisico’s in andere gebieden. Het college blijft de ontwikkelingen op het gebied van gezondheid volgen en spant zich in om eventuele risico’s voor de gezondheid zoveel als mogelijk te beperken. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplicht het bevoegd gezag, de gemeente, om regelmatig te bezien of de beperkingen waaronder de vergunning is verleend nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. 

Wanneer uit het vervolgonderzoek van RIVM blijkt dat er gezondheidsrisico’s zijn en de causaliteit bekend is, kan de gemeente de vergunning wijzigen op grond van overige aspecten in het belang van de bescherming van het milieu. Dit worden ‘ambtshalve wijzigingen’ genoemd.